Dansen met je zoon en programmeren met je dochter

Wat kan ik als ouder doen aan het stimuleren van gelijkheid in de opvoeding van mijn kinderen? Sinds wij met dit platform gestart zijn, stel ik mezelf regelmatig deze vraag. Ik ben me er steeds bewuster van dat de ongelijkheid tussen man en vrouw diep verankerd is in onze samenleving. En dat we de boodschap van ongelijkheid, vaak onbewust, ook weer doorgeven aan onze kinderen.

Een meisje op voetbal is oké, een jongen op ballet ‘opmerkelijk’

Het begint al op jonge leeftijd. Als meisjes met jongens speelgoed spelen vinden we dat prima. Meisjes die in bomen klimmen vinden we stoer. Jongens die met poppen spelen vinden we, wel al enigszins ongemakkelijk, ‘schattig’. Een meisje op voetbal is oké, een jongen op ballet echter ‘opmerkelijk’. De boodschap die we daarmee af geven aan kinderen is dat jongens speelgoed en spelletjes prima zijn, maar dat meisjes speelgoed eigenlijk een beetje minderwaardig is, zoals Vreneli Stadelmaier schrijft in haar boek F*ck die onzekerheid.  En zo kan ik er zelf ook nog wel een paar bedenken. Het is stoer voor meisjes om de kleur blauw te dragen, maar nadat mijn jongste zoon vier jaar was geworden was roze (voorheen zijn lievelingskleur) ineens een stomme kleur (want voor meisjes). Een groep kinderen spreken we aan met jongens, niet met meisjes. Ik was me daar geeneens van bewust totdat mijn dochter zei: ‘mama, ik ben geen jongen’.

Onbewuste rolbevestiging

Ook op een ander gebied maak ik me schuldig aan rolbevestiging. Zo dagen we onze oudste zoon, die vrij goed kan rekenen, regelmatig uit met breinbrekers, moeilijke rekensommen en Lego Mindstorms. Met mijn dochter daarentegen ga ik knutselen, borduren en schilderen. Terwijl ook zij een A op haar rapport heeft voor rekenen!

Hoe verkeerd dit eigenlijk is, besefte ik na het lezen van het boek Het tienerbrein van Jelle Jolles. Het cognitief potentieel van jongens en meisjes is namelijk nagenoeg hetzelfde! Wel verschilt het brein van jongens en meisjes van jongs af aan in programmering. Mannelijke geslachtshormonen sporen jongens aan om veel te bewegen (er moet spiermassa opgebouwd worden). Daardoor ontwikkelen ze gemiddeld sneller het deel in hun brein dat een rol speelt bij vaardigheden als ruimtelijk inzicht. Meisjes zijn minder geprogrammeerd voor beweeglijkheid waardoor ze eerder in situaties terechtkomen waarin praten belangrijker is dan doen. En dat levert een taalvoorsprong op.

De ontwikkeling van het brein is afhankelijk van de uitdaging

Maar de ontwikkeling van een brein ligt niet vast! Het is erg afhankelijk van de manier waarop het wordt uitgedaagd. Het brein in de kinder- en pubertijd is namelijk maximaal flexibel. Er zijn tot wel twee maal zo veel verbindingen als in een volwassen brein. Echter verbindingen die niet aangesproken worden, verdwijnen. Het is daarom dus belangrijk kinderen zo breed mogelijk te stimuleren. En laten we nu net vaak geneigd zijn om een kind vooral verder uit te dagen en te complimenteren op de zaken waarin ze goed zijn.

Dus het roer gaat hier thuis om. De door mijn jongste zoon prachtig geschilderde roze paarse raket met glitters wordt ingelijst en krijgt een prominente plek in huis. Mijn dochter krijgt een boek over programmeren met Scratch voor sinterklaas. Mijn oudste krijgt Schilderen op nummer (geen idee hoe dat gaat vallen, maar wellicht dat de nummers helpen…). En wekelijks gaan we met zijn allen een half uurtje coole dansmoves bedenken.

(Visited 22 times, 1 visits today)

Leave A Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *